FAT
Het FAT-bestandssysteem werkt met twee tabellen.

In de tabel FAT (File Allocation Table) wordt per cluster vastgelegd:
• of deze beschikbaar is;
• of deze beschadigd is en daarom niet gebruikt kan worden;
• of deze gereserveerd is voor het besturingssysteem;
• of de cluster de laatste cluster is van een bestand;
• het nummer van de volgende cluster in het bestand.

De andere tabel die door het FAT-bestandssysteem wordt gebruikt is de DET (Directory Entry Table) of hoofdmaptabel. In de DET zijn de namen van de mappen en bestanden op het volume gekoppeld aan een begincluster.

Van FAT en DET wordt een kopie op schijf bewaard voor het geval het origineel niet bruikbaar is.

Ga terug naar vorige pagina